Algemeen Het wegdorp Zuidbroek is in de middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug op de westelijke grens van het Oldambt. Het dorp bestond uit twee kernen, rond de kerk en langs het in 1628 gegraven Winschoterdiep, alsmede aan de oostzijde de boerderijstrook Uiterburen. Na 1850 groeiden beide kernen aaneen. Langs het diep werd in 1859 de, inmiddels gesloopte aardappelmeelfabriek Motké van W.A. Scholten gevestigd. Nabij het kanaal kwam ook de spoorlijn Groningen – Nieuweschans (1868) te liggen, met een aftakking naar Stadskanaal (1908).
Exterieur De Hervormde kerk (Kerkstraat 97), oorspronkelijk gewijd aan St. Petrus, is een recht gesloten kruiskerk met vrijstaande klokkentoren. De rijpe romano-gotische kerk kwam aan het eind van de dertiende eeuw tot stand. Het door nissen gelede muurwerk is verdeeld in een boven- en onderzone; beneden zitten er ronde nissen, boven zijn de smalle spitsboogvensters afgewisseld met gelijkvormige nissen voorzien van siermetselwerk. In 1770 werden de topgevels vernieuwd en werd de noordingang dichtgemaakt. Bij een ingrijpende restauratie in 1915, onder leiding van C.H. Peters, is de kerk inwendig ontpleisterd. Onder leiding van H.R. Holthuis volgde in de jaren tussen 1937 en 1937 in het kader van een werkelozenproject een tweede restauratie, waarbij ook men ook de toren heeft ontpleisterd. In 1967 werd het dak vernieuwd, terwijl in 1988 goten zijn aangebracht. De toren is fors en ongeleed en heeft een zadeldak tussen tuitgevels. Deze toren werd gebouwd in de dertiende eeuw. De ankers 1709 duiden op een grondige verbouwing. Het onderste deel van de toren is als cachot in gebruik geweest.
klik op een foto voor de diaserie van het exterieur
Interieur Het interieur wordt overdekt door meloenvormige koepelgewelven met acht, en in de ondiepe dwarsarmen vier, ronde ribben. Op de wanden van de koortravee en op de gewelven zitten enkele resten van vijftiende-eeuws ornamentaal schilderwerk. Tot de kerkinventaris van de kerk behoren een overhuifde herenbank met gesneden bekroning (1671), kerkbanken (1671), een rijk gesneden preekstoel in Lodewijk XIV-vormen naar ontwerp van Casper Struiwig (1736) en een eenvoudig doophek met siervazen (circa 1730) en lessenaar (1770). De koorafsluiting met drostenbank en kerkvoogdenbank werd in 1709 ontworpen door Allert Meijer en gesneden door respectievelijk Jan de Rijk en Mencke Mollaan. Het deurportaal met opzetstuk en boog tussen de twee banken stamt uit 1843. Het orgel werd in de jaren 1793 – 1794 gebouwd door F.C. Schnitger jr. en H.H. Freytag en is gevat in een kas met Lodewijk XVI-vormen. Het ontwerp van het orgel is afkomstig van A.A. Hinsz. Het orgel is thans onbespeelbaar. Reeds een aantal jaren worden plannen uitgewerkt voor een grondige restauratie. De kerkvloer bevat diverse zerken, waarvan die voor Nanno Amsingh (overleden in 1690) en de zerken met wapens voor Jan Arents (overleden in 1697) en zijn weduwe Eppien Amsing (overleden in 1726) tot de oudste behoren. Op het kerkhof liggen diverse interessante graven, waaronder die van R. Hagenius (overleden in 1886).
klik op een foto voor de diaserie van het interieur
Bronnen Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3) Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk