Algemeen Het dorp Zandeweer ontstond in de vroege Middeleeuwen op een zandwal. Tot 1850 was er voornamelijk bebouwing langs de Hoofdstraat en de Poelweg. Daarna werd het dorp vooral uitgebreid langs de Veilingweg en de Molenhorn en ontwikkelde Zandeweer zich tot een tuinbouwdorp. De glastuinbouw is nog steeds in het dorp aanwezig.
Exterieur De Hervormde kerk (Hoofdstraat 7) is een eenbeukige kerk met halfronde sluiting en een vrijstaande toren. De kerk dateert uit de eerste helft van de dertiende eeuw en is gebouwd in laat-romaanse stijl, maar vertoond overgangsvormen naar de gotiek. In de zeventiende eeuw is de kerk naar het westen uitgebreid met twee traveeën. Aan de zuidzijde staat tegen de kerk een zandstenen zerk, die vroeger in het gangpad voor de preekstoel heeft gelegen. De schipmuren zijn met lisenen geleed en hebben spitsboogvensters. Onder dakvoet zitten een lijst van siermetselwerk en een rondboogfries. In de koorsluiting bevinden zich enkele spaarvelden met rondbogen. De kerk is in de jaren 1931-1932 gerestaureerd naar plannen van A.R. Wittop Koning. De losstaande toren met zadeldak is in de eerste helft van de vijftiende eeuw gebouwd. Dit type toren wordt ook wel Johannestoren genoemd, naar Johannes de Doper, die onthoofd werd. De sobere ongelede toren heeft een zadeldak tussen topgevels met spaarvelden. Een topgevel en een kleinere dakkapel zijn voorzien van wijzerplaten. Op de nok staat een deels opengewerkte, ranke dakruiter. In de toren hangen twee klokken, een grotere en een wat kleinere met bijbelteksten. Op de grootste, Maria genaamd, staan verder twee, waarvan de tweede goed te lezen is: ‘Maria bin ick gheheten, dat kerspel tot Santwer let mi gheten anno Dmi MCCCLXVII' (1367). De kleinere klok heeft ook twee randschriften. Een daarvan luidt: ‘Katharina bin ick gheheten, dat kerspel tot Santwer leten ni gheten anno Dmi MCCCCLXVII (1464). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden deze klokken uit de toren gehaald met de bedoeling zo om te smelten. Gelukkig werden ze na oorlog in Giethoorn in ongeschonden staat teruggevonden.
klik op een foto voor de diaserie van het exterieur
Interieur Het interieur is deels met meloenvormige koepelgewelven met vier ronde ribben en deels met kruisribgewelven overdekt. Tot de inventaris behoren twee herenbanken met opzetstukken voorzien van de wapens van de families Clant, Lewe, Coenders en Ompteda (1679), een preekstoel (derde kwart achttiende eeuw) en een doophek (1793). De borgbewoners bezaten een eigen grafkelder, welke tijdens de restauratie van 1932 is dichtgemaakt. Een zerk in de kerkvloer, bevattende 24 ruiten met familiewapens, markeert de toegang naar deze grafkelder. Het orgel is in 1731 door A.A. Hinsz gebouwd. Voor Hinsz was dit het eerste werkstuk dat hij in de Nederlanden maakte. Het orgel werd geschonken door de heer van de borg Scheltkema Nijenstein, Onno Tamminga van Alberda. Het snijwerk aan de kas en de balustrade met bekroning wordt toegeschreven aan Casper Struiwig en/of Th. van der Haven. Thans bevindt het orgel, inclusief het houtsnijwerk, zich in minder goede staat. De kerkvloer bevat diverse zeventiende- en achttiende-eeuwse grafzerken.
klik op een foto voor de diaserie van het interieur
Bronnen Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3)