Algemeen Het langgerekte kanaaldorp Veendam is ontstaan in 1647 toen Adriaen Geerts Wildervanck aan weerszijden van de Oude Ee stukken hoogveen pachtte. Aan de oostzijde daarvan groef men in 1647 het Veendammerdiep (nu Oosterdiep) en aan de westzijde in 1649 het Westerdiep. Door de aanleg van het Boven Dwarsdiep (1653) en het Beneden Dwarsdiep (1671) werd een trechtervormig gebied omsloten. Ten zuiden van het dorp liepen beide kanalen parallel door tot Bareveld. De nederzetting heette eerst Boven-Muntendam, maar kreeg in 1655 de naam Veendam. Het zuidelijk gelegen Wildervanck werdin 1702 van Veendam afgescheiden. In de 19de eeuw kreeg Veendam drie bebouwingsconcentraties; in het noorden op de grens met Muntendam, in het midden ter hoogte van de Kerkstraat en aan de zuidzijde op de grens met Wildervank. Nadat in de eerste helft van de 19de eeuw de kustscheepvaart op de Oostzee en Engeland van belang was, werd Veendam in de tweede helft van die eeuw het centrum van de aardappelmeelindustrie. In 1919 ontstond hier het Aardappelmeelverkoopbureau (Avébé). In de tweede helft van de 19de eeuw kwamen in het noorden uitbreidingen tot stand langs de Nieuwe Laan (nu Jacob Bruggemalaan) en in het zuiden langs de Kleine Laan (nu Schoolstraat). Langs de Bocht Oosterdiep tussen Julianalaan en Stationsstraat verrees de rijkste bebouwing waardoor dat deel 'Gouden Eiland' ging heten, ten oosten daarvan kwam de 'Achterstad' tot ontwikkeling. Bij een grote brand in 1906 ging een deel van het centrum bij Bocht Oosterdiep en Molenstreek in vlammen op. In 1910 kreeg Veendam een station aan de nieuwe spoorlijn van Zuidbroek naar Stadskanaal. Na in 1908 te zijn bedacht kwam in 1913-'14 het ruim opgezette uitbreidingsplan Tusschendiepen tot ontwikkeling, gesitueerd tussen Ooster- en Westerdiep, Kerkstraat en Nieuwe Laan. In 1935 volgde het uitbreidingsplan Zuid. Na de oorlog werd een groot deel van de kanalen gedempt en verrees ten noorden van de Nieuwe Laan het uitbreidingsplan Noord. Met de westelijke uitbreidingen vanaf de jaren zeventig is Veendam nu de grootste plaats in de voormalige Veenkoloniën.
Exterieur De Hervormde kerk (A.G. Pinksterstraat 1) is een zeer brede, recht gesloten zaalkerk met een toren van twee geledingen met ingesnoerde naaldspits. De kerk en het onderste deel van de toren kwamen in 1660-1662 tot stand. In 1767 verbreedde men de kerk. Rond 1900 werd de toren omklampt, verhoogd en kreeg het zijn huidige spits. In de toren bevindt zich een carillon met 42 klokken uit 1958 dat in 1983 werd vergroot. In 1992 werd het kerkgebouw gerestaureerd.
Interieur Het interieur wordt gedekt door een tongewelf met trekbalken die op toskaanse halfzuilen rusten. De zeventiende-eeuwse eeuwse Ommelander Bank heeft een gesneden opzetstuk voorzien van het wapen van Adriaen Geerts Wildervanck; de bank is door H.A. ter Reegen gerestaureerd. De rococo-preekstoel uit 1767 draagt het wapen van Veendam. Van het uit 1824 stammende orgel gebouwd door J.W. Timpe bleef enkel de door H.A. ter Reegen gesneden kast bewaard. Het huidige orgel werd in 1928 gebouwd door de Fa. Faber en Dienes uit het Duitse Selzhemmerdorf. Ondanks de uitdunning van het aantal speelhulpen is dit instrument een van de weinige resterende voorbeelden uit de periode van de zogenaamde Orgelbewegung. Tot in de zestiger jaren van de vorige eeuw kon het carillon in de toren bespeeld worden via het derde manuaal.
klik op een foto voor de diaserie
Bronnen Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3) Het Groninger Orgelbezit van Adorp tot Zijldijk