Algemeen Het wierdedorp Oostum is ontstaan in de middeleeuwen. De wierde is nu vrijwel verlaten en grotendeels afgegraven. Oostum is een beschermd dorpsgezicht.
Exterieur De hervormde kerk (Oostumerweg 15) is een kleine eenbeukige kerk met rechte koorsluiting en een forse ongelede toren met zadeldak. De beide oostelijke traveeën van de kerk zullen uit het middel van de dertiende eeuw dateren. In de veertiende eeuw werd de oorspronkelijke derde travee vervangen door een halve travee en verrees ook de brede toren. Deze is niet vierkant, zoals meestal het geval is, maar rechthoekig en noord-zuid gericht. De door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek verrichte opgraving bij de restauratie in 1972 toonde aan dat de westgevel van de toren op de fundering van de westgevel van de vroegere derde travee gebouwd is. Dit is waarschijnlijk de oorzaak dat de toren dwars op de lengterichting van de kerk is komen te staan.De begane grond van de toren is een naar de kerk geopende kapel met flauw koepelgewelf. In de toren hangt een door Henrik Kokenbacker gegoten luidklok uit 1466, afkomstig uit Feerwerd. Het zadeldak van de toren is waarschijnlijk zestiende-eeuws. Ondanks wijzigingen in 1859 en 1899 bevinden zich op een groot deel van het schip nog steeds de Middeleeuwse dakpannen. Het zijn halfronde pannen, waarvan afwisselend een rij met de bolle kant naar boven en naar beneden ligt. Ze worden wel monniken en nonnen genoemd. Aan de zuidzijde zijn nog de restanten te zien van twee kruismotieven in de vorm van een Grieks kruis, vermengd met een Andreaskruis. Deze zijn aangebracht door donkere pannen tussen de rode te leggen.
klik op een foto voor de diaserie van het exterieur
Interieur Het interieur wordt gedekt door een balkenzoldering, die in de plaats is gekomen van de in de zestiende eeuw verwijderde meloengewelven. Op de noordmuur zit een deel van de middeleeuwse decoratieve beschildering met een patroon van lelies. Bij de restauratie in 1970-1973 is het grootste deel van het meubilair helaas verdwenen; alleen het oostelijk deel van de inrichting bleef gespaard. Tot de inventaris behoren een preekstoel met doophek in simpele maniëristische vormen (1663) en een herenbank met een opzetstuk in Lodenwijk XIV-vormen, voorzien van het wapen van Lewe van Aduard (gemaakt in de eerste helft van de achttiende eeuw). In de vloer van de kerk liggen twee grafzerken uit 1570 en 1579.
klik op een foto voor de diaserie van het interieur