Algemeen Het wierdedorp Oosterwijtwerd, met haar radiale structuur, ontstond in de vroege middeleeuwen op een kwelderwal langs de Fivelboezem. In de late middeleeuwen kreeg het dorp via de Godlinzermaar een verbinding met het Damsterdiep. De middeleeuwse borg Ripperda werd rond 1750 afgebroken. In het begin van de twintigste eeuw heeft men de wierde gedeeltelijk afgegraven en kwam er enige nieuwbouw tot stand langs de Damsterweg.
Exterieur De Hervormde kerk (Dorpstraat 29), oorspronkelijk gewijd aan Maria, is een kleine eenbeukige kerk met smaller, halfrond gesloten koor en een dakruiter. De kerk is een van de eerste geheel bakstenen kerken in Groningen en stamt uit circa 1237. Pater Mijleman vermeldt in het midden van de zeventiende eeuw dat deze kerk ‘op den naem van de heilige Moeder Gods gewied’ een bedevaartsoord was: ‘een besonder gasthuis ofte rustplaetse voor de pelgrims was aldaer getimmert, welcker olde muursoverblijfselen ick noch self hebb gesien, over 20 jaeren, op de noordzijd van de kerck, tusschen de kerckegraft ende 't boerenhuus aldaer staende’. De gevel aan de noordzijde wordt nog geleed door een spaarveld met twee romaanse vensters. In de vroege zestiende eeuw heeft men de schipmuren wat verlaagd en zijn onder de sporenkap uit de bouwtijd jukken geplaatst. Toen is ook een nieuwe balkenzoldering aangebracht. In 1665 bleek de toren van de middeleeuwse dorpskerk zo bouwvallig te zijn, dat die omviel tijdens het langdurig luiden van de klok naar aanleiding van de dood van de stadhouder. De vensters zijn vergroot in de zeventiende eeuw. De dakruiter zal uit het midden van de zeventiende eeuw stammen. In 1812 werden de balken hersteld en in 1855 de vloer aan de onderzijde van de balken aangebracht. De kerk is sinds 1979 eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken; restauratie werkzaamheden aan het gebouw werden uitgevoerd in 1983 en 1991/92.
klik op een foto voor de diaserie van het exterieur
Interieur Tot de kerkinventaris behoren een preekstoel uit 1666 en uit dezelfde tijd een overhuifde herenbank met gesneden opzetstuk met de wapens van Ripperda-Ripperda en een eenvoudige avondmaalstafel. Naast het doophek staan twee ouderlingenbanken. Uit de negentiende eeuw dateren het koperen doopbekken (1836), de koperen kroon (1837), geschonken door timmerman H.H. Dam, wiens grafzerk op het kerkhof ligt, en het als koorafscheiding dienende balusterhek (1855). Op de wand achter het orgel hangt een wijzerplaat met het jaartal 1681. In de ruimte daarachter bevindt zich het uurwerk, in 1992 als replica vervaardigd van haar voorganger. Het orgel in deze kerk is in oorsprong in 1741 of 1744 als kabinetorgel gebouwd door C. Müller. Waar het de eerste 100 jaar verbleef is onbekend. Het is waarschijnlijk het instrument dat in 1845 door pelmolenaarlboer S.E. Mulder te Rasquert te koop werd aangeboden in de Provinciale Groninger Courant. De familieband met één der kerkvoogden te Oosterwijtwerd is vermoedelijk daarna bepalend geweest voor de plaatsing van het orgel in Oosterwijtwerd. De ingebruikneming vond plaats op 14 december 1845, waarbij het instrument werd bespeeld door H.E. Freytag. Deze had het orgel speelklaar opgesteld en het bij die gelegenheid vermoedelijk ook voorzien van een aangehangen Pedaal. In 1895 werd het instrument omgebouwd door J. Doornbos. De kerkvloer bevat diverse zerken, waarvan de oudste uit 1628 dateert. In de koorsluiting hangt een rijk bewerkte zandstenen epitaaf voor Gijsbert Herman Ripperda (overleden in 1695), geflankeerd door rouwborden voor Carel Victor Ripperda (overleden in 1686), Elisabeth Sophia Ripperda (overleden in 1695) en Margaretha Elisabeth Ripperda (overleden in 1719). Buiten vóór de westingang ligt de grafzerk van Rutger KetelI (overleden in 1671). De ingang zelf heeft een gevelsteen uit 1671 met het wapen van Ripperda.
klik op een foto voor de diaserie van het interieur
Bronnen Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3) Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk www.groningerkerken.nl