Algemeen Het wegdorp Haren is in de vroege middeleeuwen (als gevolg van de aanleg van twee essen) ontstaan op wat wij tegenwoordig de Hondsrug noemen. Bij de kruising Meerweg – Rijksstraatweg verrees een eerste bebouwingskern. Vanaf het begin van de negentiende eeuw werden op relatief grote schaal buitenplaatsen aangelegd, gevolgd door de vestiging van notabelen, renteniers en forenzen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam breidde het dorp zich met name uit ten westen van de Rijksstraatweg en ten oosten van het spoor. De hervormde kerk (Rijksstraatweg 188) was oorspronkelijk gewijd aan St. Nicolaas.
Exterieur De voormalige hervormde kerk is een eenbeukige kerk met een smaller, recht gesloten koor en een forse toren. De kerk is in haar geheel ontstaan in de dertiende eeuw. Het koor heeft in oostgevel drie gedichte vensters en nissen in de top. De muren van het schip zijn uitwendig voorzien van lisenen en spaarbogen en inwendig van muurpijlers. In 1864 werd de kerk hersteld en in 1891 volgde aan de oostzijde een uitbreiding met een consistoriekamer naar een ontwerp van N.W. Lit. De forse toren van vijf geledingen stamt uit de eerste helft van de dertiende eeuw en werd hersteld na een brand in 1485. Door de eeuwen heen was de toren gedurende oorlogstijden regelmatig doelwit van vijandelijkheden. In 1672 diende de toren als uitkijkpost van ‘Bommen Berend’ In 1714 was opnieuw herstel nodig als gevolg van brandschade. Bij een ingrijpende restauratie in 1914, naar plannen van C.H. Peters, werd het zadeldak vervangen door een helmdak. Hierbij kreeg de toren een hoge achtkantige spits tussen vier topgevels.
Interieur Het interieur van het koor wordt overdekt door een meloenvormig gewelf. Het schip is voorzien van een later aangebracht houten zoldering. Tot de kerkinventaris behoort onder anderen een door Casper Struiwig gesneden preekstoel met klankbord ui 1725. Ook bevinden zich in de kerk een herenbank met overhuiving (1616) en twee herenbanken uit de achttiende eeuw. Het orgel werd in 1770 gebouwd door A.A. Hinsz. Het orgel werd zowel in 1958 als aan rond het jaar 2000 ingrijpend gerestaureerd. De kerkvloer bevat enkele zerken, waarvan die voor schout Jan Rumrinck (overleden in 1616) de oudste is. Op de verdieping van de toren bevindt zich een met een ribloos kruisgewelf overdekte kapel die oorspronkelijk in open verbinding met de kerk stond. In de toren hangt een klok die oorspronkelijk uit 1698 dateerde, maar die na de Tweede Wereldoorlog is hergoten door J. van Bergen.
Klik op een foto voor de diaserie
Bronnen Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3) Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk