Exterieur De Martinikerk en -toren (Martinikerkhof 1-3) ontlenen hun naam aan Sint Martinus of Sint Maarten. De middeleeuwse heilige Martinus van Tours (316 - 397) was de patroon van het bisdom Utrecht, waartoe Groningen lang behoorde. Volgens de legende deelde Martinus zijn mantel met een bedelaar die kou leed. Op de schilderingen in de Martinikerk is Martinus enkele keren afgebeeld als ruiter te paard. Hij snijdt zijn mantel in tweeën en geeft de helft aan een bedelaar. Zijn feestdag is op 11 november.Omstreeks het jaar 1000 bevond zich de eerste stenen kerk aan het Martinikerkhof. Dit was een eenbeukige Romaanse kerk van tufsteen. Rond het jaar 1220 stond op dezelfde plaats een grotere kerk in romano-gotische stijl. De Martinikerk was toen een driebeukige kruiskerk met een hoog middenschip en lagere zijbeuken. Ronde absides sloten het koor en de zijbeuken af. Van deze bouwfase zijn nog veel sporen in de kerk aanwezig. Voorbeelden zijn de ronde vensters en de spaarvelden met siermetselwerk (te zien aan de buitenkant van de kerk) in de noord- en zuidgevel van het schip. Het hoogkoor kwam tussen 1400 en 1425 tot stand, evenals de aangrenzende, onderkelderde sacristie. Bij de verdere vergrotingen van de kerk verliet men de basilicale opbouw. Het hallenschip werd tussen 1430 en omstreeks 1460 opgetrokken, waarbij men gebruik maakte van delen van de romano-gotische kerk. De verbrede en verhoogde zijbeuken kregen dwarskappen en topgevels in Westfaalse trant. Aanvankelijk was de toren inpandig. In 1468 stortte de toren in tijdens bouwwerkzaamheden. De nieuwe toren werd tussen 1469 en 1482 westelijk van de kerk gebouwd, waardoor de kerk naar het westen kon worden uitgebreid. De toren had in deze tijd een hoogte van meer dan 100 m. Rond 1500 verrees tegen de noordzijde van het koor de Noorderkapel met op de verdieping een librije. De Noorderkapel en de sacristie werden onder één dak gebracht. De librije is omstreeks 1670 in tweeën gedeeld. In 1577 vatte de houten bovenbouw van de toren vlam die daardoor, evenals 17 speelklokken verloren ging. De toren bleef jaren bovenbouw-loos; pas in 1627 werd met de herbouw begonnen. In 1798 werd de toren, op last van Napoleon, eigendom van de burgerlijke gemeente. Groningen was in de vijftiende eeuw een bloeiend handelscentrum en maakte deel uit van het Noord-Europese Hanzeverbond. De groei en de welvaart van de stad leidden tot de wens de Martinikerk verder uit te breiden. De gotiek had inmiddels in het noorden zijn stempel op de bouwkunst gedrukt. De luchtige gotische bouwstijl kende technieken die het mogelijk maakten hoger te bouwen en meer licht toe te laten door grote vensters in de muren aan te brengen. De Martinikerk kreeg na een flinke uitbreiding een gotisch uiterlijk. Het oude koor werd vervangen door een hoog, licht koor. Door de verhoging van de zijbeuken van het schip, veranderde de kerk in een zogenaamde hallenkerk. De kapel ten noorden van het koor werd in de zestiende eeuw in laat-gotische stijl gebouwd. Aan de kerkrestauratie in de jaren 1962-1975, naar plannen van Ph.J.W.C. Bolt, P.L. de Vrieze en L.G. Reker, herinnert een tekst boven de zuidelijke toegang van het koor. Bij die restauratie zijn in 1688 verwijderde dwarskappen met topgevels van het schip gereconstrueerd. Verder kregen de noordelijke en zuidelijke gevel van het transept weer hun romano-gotische gedaante. Ook het in 1854 afgebroken zuidportaal van het schip, met het aangrenzende Boter- en Broodhuisje heeft met toen herbouwd. Verder zijn in de midden-negentiende-eeuwse gietijzeren en houten ramen van de kerk weer vervangen door natuurstenen traceringen. Onder de Noorderkapel is een betonnen kelder aangebracht en de in 1930 verlaagde vloer van het onderkelderde priesterkoor is toen ook weer verhoogd.
Interieur Het interieur wordt in het transept en een deel van het middenschip overdekt door meloenvormige koepelgewelven met ronde ribben. Het gewelf in het noordtransept heeft in de zwikken een aantal klankpotten. De rest van de kerk is voorzien van laat-gotische kruisgewelven. De gewelven van het hoogkoor hebben sinds de restauratie weer hun zestiende-eeuwse uiterlijk met gouden sterren op een blauwe ondergrond. De begin zestiende eeuw dichtgemaakte galerij van het hoogkoor toont de meest complete serie renaissance-wandschilderingen in Nederland. Rond 1545 zijn in veertien nissen taferelen uit het Nieuwe Testament en vooral uit het leven en lijden van Jezus geschilderd. Boven de triomfboog bevinden zich resten van een schildering van het Laatste Oordeel. De gewelven hebben decoratieve schilderingen uit diverse perioden; de sluitstenen in de kooromgang tonen wapens van belangrijke Groninger families (circa 1425). De kerk bevat enkele laat-zestiende-eeuwse cartouches met bijbelteksten. Behalve het bij de restauratie herplaatste achttiende-eeuwse 'hopliedenvenster' zijn er nog glazen met familiewapens uit 1924.De scheiding die na de Reformatie tussen koor en schip (Preekkerk) werd aangebracht is bij de restauratie gehandhaafd; met materiaal van een wand uit omstreeks 1837 heeft men een nieuwe scheiding gemaakt met een meer open karakter, voor zicht op het koor. De toegangen naar de omgang zijn afgesloten met eikenhouten hekken uit omstreeks 1637. Tot de inventaris behoren verder een preekstoel (begin 17de eeuw; 1853 gewijzigd), galerij gestoelten voor de Raad (zeventiende eeuw) en vertegenwoordigers van de Ommelanden (omstreeks 1664) en een staande klok uit omstreeks 1600 (wijzerplaat 1635) In het koor staat sinds 1939 een rococo-orgeltje uit Heithuizen (Limburg). De koorvloer bevat grafzerken, waarvan de oudste uit de zestiende eeuw dateren, zoals die voor pastoor Everhardus Jarghes (overleden in 1535),Johan Horinke (overleden in 1557) en Anna de Ligne de Barbasso (overleden circa 1570). Verder zijn er de met grote met wapens versierde grafsteen voor burgemeester Johan van BalIer en zijn vrouw (1604) en de grafsteen voor legeraanvoerder Johan van den Kornput (overleden in I611). Aan de westzijde van het schip bevindt zich een gedenksteen uit 1862 voor de beroemde, in Groningen geboren humanist Johannes Wessel Gansfort (overleden in 1490). In de met netgewelven overdekte Noorderkapel staat een kleine achttiende-eeuwse kansel, afkomstig uit Friesland. Tijdens de laatste restauratie (1962-1975) zijn schip en koor teruggebracht naar de situatie van rond 1460. Elementen uit de romano-gotische periode zijn opnieuw aangebracht of hersteld. Minder fraaie veranderingen uit latere eeuwen zijn grotendeels ongedaan gemaakt. De geschiedenis van het orgel begint met een instrument dat voor 1450 werd gemaakt. Omstreeks 1480 werden delen hiervan ingepast in een nieuw orgel, waarschijnlijk gemaakt door J. then Damme. In 1542 bouwde een onbekende orgelbouwer het instrument in renaissance-stijl om. In 1691 werd met Arp Schnitger een contract getekend om het orgel te vergroten met pedaaltorens. De glorietijd van het instrument brak aan in 1728 toen J.W. Lustig uit Hamburg hier organist werd. In latere jaren werkten F.C. Schnitger, A.A. Hinsz, N.A. Lohman en P. van Oeckelen aan het orgel. In 1977 werden Rugpositief en Bovenwerk door J. Ahrend gerestaureerd. In 1984 werd het verdere werk afgesloten. Het orgel wordt gezien als een van belangrijkste vertegenwoordigers van de Noord-Duitse orgelbouw.
klik op een foto voor de diaserie
Bronnen http://www.martinikerk.nl het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3) Ansicht 1 (zie diaserie) – Martinikerkhof, circa 1930. Bron: Groningen, zo was het (1995) Ansicht 2 en 3 (zie diaserie) – Martinitoren, circa 1925. Bron: Groningen, zo was het (1995)
Haalo, Wij zouden u graag de volgende vragen stellen: Op welke plaats staat de maritinikerk gebouwd, en warom juist hier? In welke windricht is de Maritinikerk gebouwd, en wat is de reden hiervoor?
Reacties
Wij zouden u graag de volgende vragen stellen:
Op welke plaats staat de maritinikerk gebouwd, en warom juist hier?
In welke windricht is de Maritinikerk gebouwd, en wat is de reden hiervoor?
We hopen snel iets te horen!
MVG Meander en Luca, Lindenboerg 2 gymnasium.
RSS lijst met reacties op dit artikel