Exterieur Rond het jaar 1200 werd in het westelijke stadsdeel begonnen met de bouw van een kapel voor de schippers en kooplieden die zich daar, aan de oevers van de Aa, hadden gevestigd. Deze romaanse kapel werd in 1246 verheven tot parochiekerk, gewijd aan Onze Lieve Vrouwe en de Heilige Nicolaas, beschermheilige van de schippers. De kerk werd genoemd Onze Lieve Vrouw ter Aa (dus: bij de Aa). Later kwamen de benamingen ‘Ter Aa-kerk’ of ‘Der Aa-kerk’ in zwang. De belangrijkste verbouwingen vonden plaats in de 15e eeuw, toen de kerk werd verbouwd tot een volledige gotische kruisbasiliek. Eerst werd in 1425 een nieuw koor gebouwd, veertig jaar later werd de rest van de kerk even hoog als het koor opgetrokken. In de nacht van 1 op 2 mei van het jaar 1671 sloeg de bliksem in de toren waardoor brand ontstond. De bovenbouw van de toren en het westelijk gewelf van de kerk werden verwoest, het nog nieuwe, door Jacobus Galtus van Hagerbeer en diens meesterknecht Roelof Berents Duyschot, orgel (voltooid in 1667) ging verloren en de overige inventaris werd zwaar beschadigd. De toren werd, naar een ontwerp van Abraham de Cock uit Zwolle, herbouwd, maar in een zodanig slechte constructie, dat hij in 1710 opnieuw instortte. En ook nu werd het orgel, in 1694-1697 gebouwd door de beroemde orgelbouwer Arp Schnitger, totaal verwoest. In 1718 kwam de nieuwe toren gereed, met een bovenstuk naar ontwerp van de stadsbouwmeester Allert Meijer. De restauratie van de kerk, begonnen in 1975, werd in 1987 voltooid. In dat jaar droeg de kerkvoogdij de kerk in eigendom over aan de Stichting Der Aa-kerk Groningen..De 15e-eeuwse sacristie werd na de Hervorming gebruikt als consistoriekamer. De imposante schouw dateert ten dele uit 1778 en ten dele uit de 19e eeuw. Een oudere stookplaats bevindt zich hiernaast, bij de ingang. Op de sluitsteen van het meest zuidelijke gewelf werd nog in de laatste fase van de restauratie een door haar eenvoud indrukwekkende schildering ontdekt, voorstellende Maria op de maansikkel, een voorstelling ontsproten uit het apocalyptische wonderteken van de zwangere vrouw, met de zon bekleed, de maan onder de voeten, op het hoofd een krans van twaalf sterren.
Interieur In 1594 werd in Groningen de Hervorming ingevoerd. Nadat de roomse beelden waren verwijderd, werd op 14 augustus de eerste hervormde eredienst in de Der Aa-kerk gehouden. In de daarop volgende jaren werd de kerk hersteld ven de oorlogsschade ten gevolge van de belegering door Maurits en Willem Lodewijk. Bovendien werd het gebouw aangepast aan de gewijzigde kerkelijke omstandigheden; zo werden nog gedurende de hele 17e eeuw meer of minder belangrijke interieurstukken toegevoegd. In circa 1520 volgde de inwendige afwerking met een indrukwekkende reeks gewelfschilderingen. Op de gewelven van middenschip en transept zijn tijdens de restauratie deze indrukwekkende schilderingen uit ca. 1520 ‘herontdekt’ en blootgelegd.De schilderingen hebben het lijden en de verheerlijking van Christus tot onderwerp. De eerste serie schilderingen begint in het tweede gewelf van het middenschip met de Hof van Gethsemané, waar op de voorgrond de drie slapende discipelen Petrus, Johannes en Jacobus zichtbaar zijn. Verder zijn op dit gewelf het verraad door Judas, de kroning van Christus met de doornenkroon en Christus’ hemelvaart afgebeeld. In het zogenaamde vieringgewelf, de kruising van middenschip en transept, zien we drie klassieke scènes uit het Paasevangelie: de verrijzenis van Christus, de herkenning van Christus door Maria Magdalena en de maaltijd met de Emmaüsgangers. Op het oostelijk veld van dit gewelf de Pinkstervoorstelling, waar op de hoofden van Maria en de apostelen de “tongen als van vuur” te ontdekken zijn. De tweede serie schilderingen, te zien op de transeptgewelven, is een afbeelding van het lijden van Christus, die als Man der Smarten, met doornenkroon, gesel en geselpaal wordt voorgesteld. Verder zien we de “Arma Christi”, de lijdenswerktuigen van Christus: de bij de kruisiging gebruikte ladder, hamer en nijptang en de rietstengel met de in azijn gedrenkte spons. In de noorderkruisarm zijn afgebeeld Christus’ onderkleed waar de soldaten om dobbelden, kruis en doornenkroon, gesel en mogelijk de speer die in Christus’ zijde werd gestoken.Het uit 1643 daterende gestoelte van de stad Groningen was bestemd voor burgemeesters en Raad van Groningen. Zij stelden de kerkorde vast, benoemden en controleerden de kerkvoogden en namen de predikanten de eed af. Behalve het gestoelte van de stad, staat er een provinciaal gestoelte, dat u tegen de noordwand ziet. Hier zaten Gedeputeerde Staten en andere door het gewest Stad en Lande benoemde functionarissen. De Staten van het gewest bestonden uit vertegenwoordigers van de stad Groningen en van de Ommelanden. Het wapen van de Ommelanden geeft aan waar de Ommelander heren zaten. Het gestoelte dateert deels uit de 17e, deels uit de 18e eeuw.De rijkgesneden kansel werd in 1672 gemaakt door de kistenmaker Jacob Thomas. De kansel is bevestigd aan een pijler die om zijn last van ca. 400.000 kilo te kunnen blijven dragen, in 1978 geheel moest worden vernieuwd. Het huidige orgel is net als zijn verwoeste voorganger van de hand van Arp Schnitger. De orgelkast werd gemaakt door de stadsbouwmeester Allert Meijer die ook tekende voor de houten torenbekroning. Het snijwerk van de orgelkast is van Jan de Rijk. Het orgel werd in 1702 gebouwd voor de Groninger Academie- of Broerkerk. In 1815 werd het door de orgelmaker J.W. Timpe naar de Der Aa-kerk overgebracht; daarbij werd de kast enigszins aan de veel hogere kerk aangepast. In 1857 vond een ingrijpende verbouwing van het instrument plaats. Het aantal registers werd tot 42 uitgebreid, maar tegelijkertijd werd het oorspronkelijke karakter van het orgel danig aangetast. Toch heeft het orgel door de kwaliteit van het instrument en dank zij de goede akoestiek van de kerk, terecht een grote naam gekregen. Voor het orgel staat de uit 1754 daterende bank voor de officieren van de stedelijke schutterij. Boven de zuidingang van het transept is een bijbeltekst aangebracht die ontleend is aan een Luthervertaling van omstreeks 1600. Dit gedeelte uit het Evangelie van Johannes (XVII: 3) luidt in modern Nederlands: ‘Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Christus die U gezonden hebt’. Links van deze tekst is tijdens de restauratie een balkon aangebracht, nadat onderzoek had uitgewezen dat zich op deze plaats in vroeger tijd een kleine orgelgalerij heeft bevonden. Op dit balkon zijn in 1991 de kassen, het front en de klaviatuur geplaatst van een orgel, afkomstig uit de Broerekerk te Bolsward (Anthonie Verbeeck, 1635, met een rugwerk van dezelfde maker uit 1645). De orgelmaker heeft bij de bouw gebruik gemaakt van fragmenten van een ouder orgel. In 1869 werd restmateriaal van koorbanken uit zowel de Martini- als Broerekerk toegepast als blinderingssnijwerk.Op de pijlers van de kooromgang bevonden zich sedert de Hervorming binnen de geschilderde omlijstingen doeken met bijbel- en catechismusteksten. Deze 17e-eeuwse tekstdoeken werden in 1829 door nieuwere exemplaren bedekt, maar zijn weer in het zicht gebracht. Het zandstenen koorhek is aan de hand van oude fragmenten gecompleteerd. Ten oosten van de noordelijke kooringang is een gedenksteen uit 1697 aangebracht die herinnert aan de brand van 1671 en aan de voltooiing in 1697 van het oorspronkelijke Schnitgerorgel. De naam van de orgelbouwer wordt in de vierde regel van onderen vermeld. Met de overdracht van de kerk aan de Stichting Der Aa-kerk Groningen is het gebouw een nieuwe fase in haar bestaan ingegaan. Het bestuur besloot deze nieuwe fase op passende wijze te markeren met een kunstwerk. De opdracht werd verleend aan Ronald van Tienhoven (Den Haag 1956). Zijn beeld werd een open boek, uitgevoerd in verzilverd brons, opengevouwen en ondersteboven hangend boven de hoofden. Het beeld is opgehangen in de zijbeuk van de Der Aa-kerk nabij de kansel. Een tweede beeld is in de sacristie geplaatst, verguld, in veel kleiner formaat en heel laag opgehangen