Algemeen Het wierdedorp Godlinze, met haar radiale structuur, ontstond in de vroege middeleeuwen. Centraal op de omgrachte wierde staat de kerk. De dubbele ringweg en de radiale verbindingsstraten zijn nog goed herkenbaar. De bebouwing bestaat uit eenvoudige eenlaags panden en enkele boerderijen. Exterieur De Hervormde kerk (Hoofdweg 36), oorspronkelijk gewijd aan St. Pancratius, is een eenbeukige kerk met vijfzijdig gesloten koor en een toren van vier geledingen met zadeldak. De oudste (tufstenen) delen van het kerkgebouw dateren uit omstreeks 1100. Ruim vijftig jaar later vond er een uitbreiding - eveneens in tufsteen - naar het westen plaats. In de dertiende eeuw was er weer een vergroting naar het westen, nu in baksteen, waarbij de muren werden verhoogd en er gewelven kwamen. Het koor stamt waarschijnlijk uit circa 1275. Volgens gevelstenen dateren de drie overige geledingen uit 1554 en zijn er herstellingen en wijzigingen uitgevoerd in 1703, 1714 en 1885. In de toren hangt een klok uit 1435. De toren stond aanvankelijk los van de kerk maar is daar later mee verbonden. Het schip kwam in de eerste helft van de dertiende eeuw tot stand. en de koorsluiting in de tweede helft van die eeuw. Bij een kerkrestauratie in de jaren ’40 van de vorige eeuw heeft men de in 1865 aangebrachte bepleistering verwijderd. Sinds 1975 is de kerk in eigendom van de Stichting Oude Groninger Kerken.
klik op een foto voor de diaserie van het exterieur
Interieur Het interieur wordt overdekt door meloenvormige koepelgewelven. Op gewelven zitten interessante schilderingen gemaakt in de dertiende tot en met de zestiende eeuw. Uit de romano-gotische periode eeuw dateren de fragment-baksteenimitaties. Verder zijn erringen met laatgotische en renaissance-motieven en figuratieve afbeelding van de heilige Catharina, Maria met het Christuskind en enkele heren in Spaanse kledij. Uit 1571 dateert een grote geschilderde cartouche, waarin staat vermeld dat de kerk toen hersteld en beschilderd is. Volgens een gedenksteen heeft men in 1865 naar plannen van. J.C. Bolmeijer wijzigingen in het koor bracht, waarbij tussen koor en schip een scheidingsmuur met rondboogdoorgang is aangebracht. In het koor bevindt zich een sacramentshuisje uit de eerste helft van de vijftiende eeuw. Tot de kerkinventaris behoren twee herenbanken; de ene uit de tweede helft van de zeventiende eeuw, de andere is een kopie daarvan uit 1921. Het orgel werd gemaakt door A. Schnitger. Het bestek dateert van 29 januari 1704, het instrument zal dus afgeleverd zijn eind 1704 of in 1705. Bij de opbouw werd waarschijnlijk de orgelgalerij ca 60 cm te hoog gelegd, waardoor er bij de kas een breed paneel (plus snijwerk), geflankeerd door consoles als overgang tussen onderen bovenkas, moest komen te vervallen (hetgeen een resultaat opleverde zoals dat in 1696 te Harkstede was gerealiseerd). Het orgel had een Manuaal van tien en een Borstwerk (Onderpositief) van zes stemmen. De dispositie van dit Borstwerk was: Prestant 4 vt, Gedekt 8 vt, Octaaf 2 vt, Quint 1 1/2 vt, Scherp 3 st. en Vox Humana 8 vt. De manualen hadden een kort octaaf. In 1786 werd aan F.C. Schnitger 950 gulden betaald, waarschijnlijk voor een ombouw (mogelijk in 1785) naar een contract dat nog met A.A. Hinsz was opgesteld. Bij deze ombouw werd het Borstwerk verwijderd; twee stemmen ervan werden verheven tot registers van het Manuaal: de Prestant 4 vt (nu grotendeels vanuit het onderfront aangesloten als Prestant 16 vt discant), alsmede de Vox Humana. De tien (plus twee) stemmen van het Manuaal kwamen op twee nieuwe windladen te staan met volledig groot octaaf. Materiaal van andere Borstwerkregisters werd gebruikt voor aanvulling of vervanging bij diverse stemmen. De samenstelling van de Sesquialter en Mixtuur werd gewijzigd. In 1809 werkte N.A. Lohman, in 1830 H.E. Freytag en in 1848 G.W. Lohman aan het instrument. In 1919 vonden er belangrijke wijzigingen plaats, uitgevoerd door J. Doornbos. De Sesquialter werd verwijderd en de Mixtuur ingeruild voor een Gamba 8 vt discant. De Vox Humana verdween eveneens; vanuit de ladeboringen ervan werd een (houten) Bourdon 16 vt bas, die op het balghuis een plaats kreeg, pneumatisch aangesloten. De klaviatuur werd verplaatst van de achterzijde naar de linker zijkant; een magazijnbalg verving de drie spaanbalgen. In 1983 bracht de Fa. Gebr. Reil het orgel, dat samen met de kerk in een zeer gebrekkige staat verkeerde, over naar de werkplaats te Heerde. In 1985/86 vond de feitelijke restauratie plaats, die terug zou gaan tot de situatie van 1785. Op 13 december 1987 werd het orgel in gebruik genomen, enkele uren nadat het Eenumer Schnitger-orgel - óók na een restauratie - was ingewijd.De eiken kas staat sinds 1987 in een donkere was. De preekstoel werd in 1794 door C. Grashuis en Buining vervaardigd. De kerk bevat veel zeventiende- en achttiende-eeuwse grafzerken, maar ook een zandstenen zerk van pastoor Werner Alberts (overleden in 1541).
klik op een foto voor de diaserie van het interieur
Bronnen Monumenten in Nederland (ISBN: 90-400-9258-3) Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk